Aanleiding en opzet "Handleiding voor het aansluiten van scholen op glasvezel"

1.1 Inleiding

Diverse scholen overwegen momenteel om hun huidige toegangsinfrastructuur tot internet te vernieuwen richting een duurzame oplossing. Een aantal scholen is niet tevreden met de prestaties van hun huidige netwerk en wenst een snellere en ongedeelde verbinding. Andere onderwijsinstellingen willen gericht werken aan onderwijsvernieuwing en daar hoort een state-of-the-art ICT-infrastructuur bij. Wanneer een onderwijsinstelling uit meerdere vestigingen (dependances) bestaat, is het uit oogpunt van communicatie en beheer eveneens aantrekkelijk deze locaties onderling met hoogwaardige verbindingen te koppelen om zo ICT-faciliteiten beter te kunnen delen.

Op dit moment maakt een groot aantal scholen gebruik van het gratis DSL-aanbod van KPN. Dit aanbod is echter van beperkte duur. Scholen dienen zich daarom het komende jaar voor te bereiden op een duurzame infrastructurele oplossing voor de verdere toekomst. Tussen de vraag naar op glasvezelgebaseerde infrastructuur en het aanbod van marktpartijen bestaat momenteel een kloof. Met de huidige fiberprojecten in de grotere steden zien we hierin verandering optreden. Door vraagbundelingsinitiatieven in steden zoals Deventer, Zwolle en Amersfoort blijken operators steeds meer bereid om tegen betaalbare condities instellingen te verbinden met geactiveerde glasvezelnetwerken (managed ethernet services). Voor scholen die de overstap willen maken naar de volgende generatie infrastructuur via glasvezel biedt deze handleiding een uitgebreide receptuur.

1.2 Opkomst van glasvezelnetwerken

In de afgelopen jaren zijn er met name op de hoofdroutes (backbones) tussen de grote steden glasvezelverbindingen aangelegd. Hoewel diverse aanbieders intussen ook hun regionale en lokale infrastructuur grotendeels ´verglaasd´ hebben, ontbreekt er in veel gevallen nog een belangrijke schakel tussen deze netwerken en individuele instellingen. Juist deze verbinding vormt daardoor de flessenhals die de introductie van allerlei nieuwe toepassingen in de weg staat. Telecombedrijven bieden individuele bedrijven en instellingen op dit vlak een scala aan op glasvezel gebaseerde diensten aan. De tarieven hiervoor liggen voor scholen echter over het algemeen (veel) te hoog maar kunnen binnen het (financieel) bereik van scholen komen mits scholen bereid zijn samen te werken en de vraag te bundelen. De toegang tot op glasvezel gebaseerde diensten brengt vervolgens alle denkbare breedbandtoepassingen voor scholen binnen bereik: van uitwisseling van haarscherpe videobeelden tot de transparante koppeling van diverse locaties.

1.3 Doel van onderliggend document

Dit document beoogt een overzicht en een handvat te bieden aan onderwijsinstellingen uit het PO, VO en BVE die de behoefte of de intentie hebben een hoogwaardige op glasvezel gebaseerde aansluiting te realiseren. De "handleiding voor het aansluiten van scholen op glasvezel" is een instrument van het Servicecentrum Samen Snel op Glas (SSOG), onderdeel van het SURFnet-Kennisnet project. Dit project richt zich op breedbandige ontsluiting van onderwijsinstellingen door gerichte stimulering van vraagbundeling.

Onderwijsinstellingen dienen daarbij tegen aanvaardbare kosten snelle toegang te kunnen krijgen tot educatieve content van het Platform Content en Diensten van SURFnet-Kennisnet. Bandbreedte mag niet langer een belemmering zijn voor het gebruik.

Deze handleiding borduurt deels voort op het eerder door SURFnet uitgebrachte GigaMAN Cookbook uit juni 2003. Het document richt zich niet alleen op het realiseren van een op glasvezel gebaseerde ontsluiting van scholen, maar besteedt ook aandacht aan de lokale/interne infrastructuur bij scholen. Welke mogelijkheden en kansen biedt het beheer van lokale netwerken, welke applicaties zijn hierdoor efficiënter inzetbaar en tegen welke kosten is het geheel aan interne voorzieningen te realiseren? Een additionele vraag is: wat kunnen gespecialiseerde dienstenaanbieders en application service providers (ASP’s) op dit punt voor scholen betekenen? Voor scholen is het van belang goed inzicht te krijgen in het totaalbeeld. Niet alleen de realisatie van infrastructuur, maar ook het gebruik en beheer van applicaties en netwerk is aan de orde.

1.4 Doelgroep

De doelgroepen waar deze handleiding zich voornamelijk op richt, zijn bestuurders, schooldirecteuren, locatieleiders, leden van medezeggenschapsraden en ICT-coördinatoren binnen het brede veld aan onderwijsinstellingen:

-         Primair onderwijs (PO)
-         Voortgezet Onderwijs (VO)
-         Regionale Onderwijs Centra (ROC)
-         Agrarische onderwijs Centra (AOC)
-         Bibliotheken
-         Koepelorganisaties en overige educatieve instellingen 

Potentiële gebruikers van op glasvezel gebaseerde netwerkdiensten zijn alle organisaties die twee of meer geografisch gescheiden locaties willen koppelen door een datanetwerk. Dit kunnen locaties zijn die behoren tot één en dezelfde organisatie waardoor een LAN (Local Area Network) wordt gecreëerd. Tevens is het mogelijk om één of meerdere locaties te koppelen met een marktplaats of internet exchange, waardoor voor die locaties een hoogwaardige ontsluiting met het internet gecreëerd wordt. Bij scholen met slechts één locatie bestaat de drijfveer voor aansluiting vooral uit supersnelle toegang tot internet en het afnemen van specifieke (educatieve) dienstverlening die op de lokale infrastructuur wordt aangeboden.

1.5 Leeswijzer

Het Cookbook SSOG geeft in hoofdstuk 2 allereerst een toelichting op het nut en de noodzaak van glasvezelverbindingen in relatie tot meer efficiënte bedrijfsvoering en onderwijsvernieuwing. Argumenten zoals het reduceren van beheerlasten en nieuwe toepassingsmogelijkheden richten zich op het ‘overtuigen’ van schoolbesturen, -directies en leden van medezeggenschapsraden. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 3 hoe onderwijsinstellingen via zogenaamde vraagbundelingsinitiatieven de beschikking kunnen krijgen over een hoogwaardige op glasvezel gebaseerde verbinding. Dit centrale thema in het Cookbook is van belang voor zowel bestuurders als ICT-coördinatoren. Allereerst lichten we toe hoe vraagbundeling werkt en effectief kan zijn voor verschillende doelgroepen. Onderwijsinstellingen kunnen vervolgens kiezen in hoeverre zij vooral willen ‘aanhaken’ bij een lopend vraagbundelingsinitiatief, of dat zij ‘zelf actief’ willen zijn binnen een nieuw initiatief in de eigen stad of regio. In hoofdstuk 4 bespreken we de noodzaak van aanbesteding bij vraagbundeling. In dit hoofdstuk richten wij ons met name op de ICT-coördinatoren. In hoofdstuk 5 staan de activiteiten centraal die plaatsvinden nadat de opdracht is gegund aan een partij. Het zesde hoofdstuk gaat in op beheer. In bijlage 1 bespreken we de functionele scheiding van infrastructuur en diensten in een generiek 4-lagenmodel met aansluitend de toepassingsmogelijkheden. Het Cookbook SSOG verschaft achtereenvolgens inzicht in de volgende onderwerpen voor de daarbij genoemde doelgroep:

fig1.1

Figuur 1.1 geeft een schematisch overzicht van de structuur van dit Cookbook.

Fig1.2