Meerwaarde

2.1 Inleiding

Voor scholen uit het PO, VO en BVE vormt de kwalitatieve verbetering van de primaire onderwijsprocessen vanzelfsprekend een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast streven scholen over het algemeen naar een meer effectieve en efficiënte inrichting van de ondersteunende processen. Aansluiting op glasvezelnetwerken biedt onderwijsinstellingen de mogelijkheid ICT voor beide genoemde doelen beter in te zetten. Scholen willen hun leerlingen en studenten vooral leerarrangementen en -omgevingen op maat kunnen bieden. Individuele begeleiding van de actieve leerling en zelfwerkzaamheid zijn hierbij kenmerkend. Met een hoogwaardige breedbandinfrastructuur wordt het mogelijk om:

  • via digitale leeromgevingen mediarijke lesmaterialen te ontwikkelen, te verspreiden en toe te passen in projectverband;
  • de effectiviteit van lesprogramma’s te vergroten door inzet van hoge kwaliteit (interactieve) video, animaties, gesproken instructies en uitleg, oefeningen en toetsen;
  • TV-materiaal met hoge kwaliteit online op afroep beschikbaar te krijgen;
  • verschillende onderwijslocaties onderling transparant te koppelen en ICT-apparatuur, software, applicaties en beheer te centraliseren;
  • intensiever met andere (onderwijs)instellingen samen te werken;
  • substantiële kostenvoordelen te behalen door gezamenlijke inkoop en gezamenlijk gebruik van toepassingen en diensten.
Veel scholen zijn wat betreft hun infrastructuur op dit moment nog onvoldoende voorbereid op de mogelijkheden van breedband nu en in de nabije toekomst. Een aantal voorbeeldscholen ervaart momenteel al wel de voordelen van supersnel internet, internettelefonie en gecentraliseerd beheer, zoals de voorbeeldscholen 2College in Tilburg, de Katholieke Scholengemeenschap in Etten-Leur, het MillHill College in Goirle, het Montessori College in Nijmegen en de Scholengroep Rijk van Nijmegen.

Lees voor specifieke ervaringen:
www.samensnelopglas.nl/voorbeeldscholen

In dit hoofdstuk richten wij ons in het bijzonder tot de schoolbesturen, schooldirecties en medezeggenschapsraden. We staan achtereenvolgens stil bij het belang van breedband voor onderwijsvernieuwing, het belang voor ondersteunende processen, kostenefficiëntie, het belang van samenwerken en het creëren van draagvlak voor de realisatie van een aansluiting op een breedbandnetwerk.

2.2 Belang van breedband voor onderwijsvernieuwing

Steeds meer scholen zijn de afgelopen jaren gestart met nieuwe vormen van zelfontdekkend en interactief leren in digitale leeromgevingen. Kinderen werken bijvoorbeeld samen aan digitale werkstukken. Deze leeromgevingen zijn via het internet te benaderen. Docenten kunnen in toenemende mate putten uit beschikbaar gekomen audiovisueel TV-materiaal – onder andere afkomstig van 50 jaar publieke omroep. Maar ook uit het buitenland komt steeds meer digitale content (documentaires, educatieve websites) beschikbaar om het lesmateriaal te verrijken. Ook kunnen inhoudsdeskundigen uit de praktijk met hoogwaardige videoconferencing tijdens een les geraadpleegd worden. Met de toepassing Expert op afstand kan een politicus, een journalist of een weerman virtueel in de klas worden gehaald en met de groep in discussie gaan.

fig2.1

Het grote voordeel van de sessies is volgens de verschillende betrokken docenten dat de leerlingen veel intensiever met de stof bezig zijn, alerter zijn en dat de stof beter beklijft.

De inzet van videotoepassingen in het onderwijsproces leidt tot nieuwe ervaringen zowel bij de leerling als de docent. Docenten ontdekken kwaliteiten van leerlingen die ze nog niet eerder zagen. Leerlingen zien interessen en behoeften beantwoord, waar voorheen minder mogelijkheden toe bestonden.


Voorbeelden van educatieve applicaties:

• www.prachtigebronnenvoorhetonderwijs.nl/ (AV-archief)
• www.videosearch.surfnet.nl/ (videoportal)
• www.exposeyourtalent.nl/ (jongeren maken korte films)
www.expertopafstand.nl | videoconferencing met experts
• www.webschool.nl (gericht op langdurig zieke kinderen)
• beeldbank.schooltv.nl (700 educatieve clips voor PO en VO)
• www.e-campus.nl/ (digitale cursusomgeving)
• www.ontdeknet.nl (elektronische leeromgeving voor jonge kinderen)

Op het gebied van onderwijskundige toepassingen werken Kennisnet en SURFnet samen om nieuwe educatieve applicaties beschikbaar te stellen. De scholen die op dit moment al werken met videotoepassingen van SURFnet en Kennisnet – zoals  de Katholieke Scholengemeenschap Etten-Leur (KSE) zijn daarover heel enthousiast[1]. De volgende toepassingen zijn of worden binnenkort (voor eind 2006) operationeel.

  1. Een Kennisnet-video portal waarop scholen en contentleveranciers hun eigen videocontent kunnen aanbieden. Het betreft hier een publicatiemedium voor video waarbinnen content van metagegevens kan worden voorzien. De content wordt daardoor doorzoekbaar, vergelijkbaar met een videotheek op het internet voor het onderwijs.
  1. De ontwikkeling van onderwijs-tv in samenwerking met NOB Cross Media Facilities. Hiermee is een rijke schat aan (historische) informatie beschikbaar voor de scholen.
  2. Online samenwerken of groepscommunicatie. Hieronder vallen video-conferencing, chatten, instant messaging, whiteboarding en data sharing. Digitaal samenwerken heeft enorme potentie.
  3. 3D-gaming, onderwijsgames maar ook simulaties, bijvoorbeeld ten behoeve van de oriëntatie van toekomstige leerlingen van een middelbare school en toekomstige studenten. Toepassingen die leerlingen in hun vrije tijd al gebruiken!

Zie ook:
www.surfnetkennisnetproject.nl/breedbandtoepassingen

Noodzaak van glasvezel

Om de hiervoor genoemde nieuwe vormen van leren goed te kunnen ondersteunen zijn breedbandverbindingen van minimaal 100 Mbit/s gewenst. Vooral bij gelijktijdig gebruik van de toegelichte videodiensten en multimediale leeromgevingen door diverse groepen leerlingen, is een op glasvezel gebaseerde verbinding vereist om de gewenste kwaliteit te kunnen waarborgen. Van belang daarbij is dat deze verbinding symmetrisch is, dus zowel voor binnenkomende als voor uitgaande datastromen een gelijke transportcapaciteit biedt.

Glasvezelnetwerken zijn het meest geschikt om in een dergelijke behoefte aan capaciteit te voorzien, met de mogelijkheid dit snel op te schalen naar niveau’s van 1000 Mbit/s of meer indien daar de komende jaren behoefte aan is. De afgelopen jaren is de gemiddelde behoefte aan bandbreedte jaarlijks meer dan verdubbeld. Een glasvezelaansluiting biedt daarmee de meest toekomstvaste oplossing voor informatie- en communicatiedoeleinden zowel tussen de scholen als van scholen naar de buitenwereld.

2.3 Belang van breedband voor ondersteunende processen

In de ondersteunende processen ondervinden leraren, begeleiders, directies en besturen onder invloed van de toenemende informatisering een enorme toename van gegevensstromen en bijbehorende administratieve lasten. Het primaire proces komt daardoor zelfs onder druk te staan. Onderwijsinstellingen geven aan de ondersteunende en administratieve processen beter op elkaar af te willen stemmen om daarmee de kwaliteit en de efficiency van het onderwijs te verbeteren. Het technische onderhoud en beheer van de netwerken in de scholen wordt voor het primair en voortgezet onderwijs weliswaar her en der centraal georganiseerd, maar de netwerken zijn nog vrijwel altijd decentraal ingericht. Efficiëntere vormen van beheer zijn bij veel scholen mogelijk, bijvoorbeeld via centrale datacentra waarin alle schoolservers ondergebracht worden. De verbindingen tussen de schoollocaties en dergelijke datacentra vereisen ruime beschikbaarheid van bandbreedte. Voor dit soort toepassingen blijkt daarom een bandbreedte van 100 Mbit/s nodig.

fig2.2

De verwachting is dat zogenaamde shared services sterk zullen groeien. Via trapsgewijze invoering van toepassingen als back-up services kunnen scholen voor hun leerlingen allereerst een eigen account krijgen (opslagruimte), vervolgens centraal ingerichte educatieve software en uiteindelijk de stap maken in de richting van een centrale schooladministratie. Virtu (remote storage en back-up) en Infomask (Learning online) zijn voorbeelden van bedrijven die dergelijke diensten momenteel in Deventer leveren. Zie:
www.breedbandcentraal.nl/dbr/diensten.php

Hierna schetsen we de belangrijkste argumenten die een drietal schoolorganisaties ertoe heeft bewogen de overstap te maken naar een glasvezelaansluiting.


Tabel 2.1:     Meerwaarde als motivatie voor de overstap naar van glas


Meerwaarde als motivatie voor de overstap naar van glas.

Scholen kunnen door centralisatie en gezamenlijke inkoop van communicatiediensten, beheer en softwarelicenties aanzienlijke kostenvoordelen behalen. Al met al kan aansluiting van scholen met meerdere locaties op een glasvezelnetwerk niet alleen bijdragen aan het gebruik van nieuwe en verbeterde onderwijstoepassingen, het kan vooral een oplossing bieden voor effectiever en efficiënter beheer van de netwerken en de applicaties.

2.4 Prijs- en kostenniveau

Het kostenniveau van een hoogwaardige verbinding via glasvezel kan in de praktijk erg meevallen. Inmiddels is de markt voor dit type verbindingen sterk in beweging en zijn prijzen fors aan het dalen. Mede door de kracht van gezamenlijke inkoop (vraagbundeling) zijn grote kostenreducties haalbaar en komen de prijsniveau’s ook binnen bereik van de kleinere scholen.

DGN (Deventer)

De maandelijkse kosten voor een 100 Mbit/s-aansluiting (managed ethernet dienst) op het Deventer Glasvezel Netwerk (DGN) bedragen € 235,- bij eenmalige aansluitkosten van € 3.000,- (excl. btw). Deelnemers in Deventer nemen de verbinding af van KPN of Essent. Op een digitale marktplaats kunnen de aangesloten partijen vervolgens tegen meerprijs tal van diensten afnemen. Voor de gebundelde scholen in Deventer is via een afzonderlijke aanbesteding een aanbod op maat verkregen voor een Managed Ethernet Service (MES).


Tabel 2.2:     Prijslijst DGN


Prijslijst DGN

 
Bron: www.deventerbreed.nl

BreedNet (Amersfoort)
www.breednet.nl

BreedNet Amersfoort - waarbij men een vergelijkbaar (carrier-owned) model volgt als in Deventer – gaat twee ethernetdiensten aanbieden tegen de volgende tarieven:

  1. BreedNet Amersfoort 100 Mbit/s (non-overbooked) – € 275 per maand.
  2. BreedNet Amersfoort 1Gbit/s (1:10 overbooked) – € 325 per maand.
Eenmalige aansluitkosten bedragen € 1.000,-  voor 100 Mbps en € 1.500,- voor 1 Gbit/s.


Glaslokaal (Den Haag)

In het glasvezelproject Glaslokaal in Den Haag bedragen de kosten voor een verbinding van 100 Mbit/s € 395,- per maand. Voor een verbinding van 1 Gbit/s is de prijs € 540,- per maand. De prijzen zijn voor managed ethernet services en inclusief internetaccess (inclusief btw). In dit model is gekozen voor eigen glasvezels naar iedere locatie. Scholen in het PO hebben van de gemeente Den Haag een subsidie gekregen. Door deze subsidie aan de stichting GlasLokaal te betalen, zijn de maandbedragen terug te brengen tot € 295,-.

De schoolbesturen in de Haagse regio hebben afgesproken de aansluitkosten voor de onderwijssector te middelen over de aan te sluiten onderwijsinstellingen. Dat betekent dat verder afgelegen scholen een zelfde prijs betalen. Voor niet-onderwijs partijen geldt dat wanneer de kosten van een afloper hoger zijn dan het in de maandelijkse berekening opgenomen bedrag, dit als eenmalige aansluitkosten wordt doorberekend. Alle deelnemers betalen bij aansluiting eenmalige entreekosten van € 500,- per locatie met een maximum van € 5.000,- per bestuur (dus bij aansluiting van 20 locaties ook € 5.000,-).


Deze voorbeelden geven indicaties van de huidige prijs- en kostenniveaus. Helemaal vergelijkbaar zijn de voorbeelden niet vanwege de verschillende omstandigheden (stedelijk versus landelijk gebied) en de gekozen businessmodellen (carrier-owned versus customer-owned). Afhankelijk van de inzet van specifieke subsidies kunnen de prijzen voor scholen anders liggen dan hiervoor beschreven is. Duidelijk wordt wel dat het niet meer gaat om prijzen van enkele duizenden euro’s per maand, zoals we die kennen van de traditionele huurlijnen. Ook kunnen prijzen goed concurreren met DSL- en kabelaanbiedingen uit het business segment. Deze laatste producten bieden echter bandbreedtes die al snel een factor 10 tot 100 lager liggen. Nu de markt voor beheerde ethernetdiensten via glasvezelnetwerken voorzichtig op gang lijkt te komen, kunnen scholen zich richten op het inmiddels beter op de (financiële) mogelijkheden van scholen aansluitende aanbod van bestaande telecomaanbieders. Vraagbundeling vormt aantoonbaar het middel om een scherp aanbod bij marktpartijen af te dwingen.

2.5 Kostenefficiëntie

Naast de te maken kosten voor verbindingen en diensten zijn er met de nieuwe generatie breedband belangrijke kostenbesparingen te behalen binnen de organisatie. Deze besparingen liggen vooral op het terrein van:

  • telefoniekosten (1 centrale ISDN 30 bundel, IP-telefonie);
  • beheerkosten (minder FTE’s door centralisatie en/of outsourcing van hard-en software en ICT-beheer);
  • licentiekosten (gezamenlijke inkoop van software);
  • administratiekosten (beperking administratieve lastendruk door samenwerking en centralisatie).
Onder het motto ‘eerst organiseren en daarna pas automatiseren”, kan pas echt geprofiteerd worden van de mogelijkheden die ICT en breedband bieden voor onderwijsvernieuwing. Scholen uit de regionale samenwerkingsverbanden TOWN (Tilburg) en PICTO (Veenkoloniën) hebben hieruit belangrijke lessen geleerd: gezamenlijke inkoop en delen van kennis en resources loont! Scholen doen er dan ook verstandig aan naar gezamenlijke inkoop te streven van complete infrastructuurdiensten (managed ethernet services) en IT-apparatuur en beheer zoveel mogelijk te centraliseren of uit te besteden. Naarmate IT en beheer door centralisatie en uitbesteding op grotere schaal “de school uit kan”, komt er meer capaciteit vrij voor onderwijsgerelateerde taken.

De Stichting Glaslokaal uit Den Haag verwoordt het als volgt:

Samenwerking staat voorop!

Kader 2.1 geeft een overzicht van de belangrijkste efficiëntieverbeteringen bij het Mondriaan College in Den Haag na aansluiting op het lokale glasvezelnetwerk (Glaslokaal).

Kader 2.1: Kostenvoordelen voor communicatie, beheer en administratie

Kader 2.1: kostenvoordelen

Hoewel kostenbesparingen bij grote onderwijsorganisaties zoals ROC’s vanwege de schaalgrootte meer evident zijn, kunnen ook kleinere scholen via lokale vraagbundeling en samenwerking profiteren van de beschreven efficiëntieverbeteringen. Vooral centralisatie en uitbesteding van applicaties, beheer en onderhoud is voor kleinere instellingen die minder beschikken over IT-kennis een aantrekkelijke optie.

2.6 Draagvlak organiseren

Het verkrijgen van voldoende draagvlak onder schoolbesturen, directies en locatieleiding is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle overstap naar een volgende generatie breedbandaansluiting. Een gemeenschappelijke visie op de toekomstige inzet van ICT is gewenst om tot gezamenlijke inkoopcombinaties en verdergaande samenwerking te kunnen komen. Het bundelen van krachten in regionale samenwerkingsverbanden zoals DDS (Leiden), PICTO (Veenkoloniën) en TOWN (Tilburg) is een cruciale voorwaarde gebleken bij regionale en lokale vraagbundelingsprojecten. Daarnaast moeten scholen voldoende deskundigen om zich heen verzamelen zodat ze zichzelf en sceptici goed kunnen overtuigen. Ook de vroegtijdige betrokkenheid van de gemeente is van belang.

2.7 Algemene boodschap voor schoolbesturen

De algemene boodschap naar schoolbesturen bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. High-speed internet via glasvezelnetwerken biedt mogelijkheden voor inhoudelijke onderwijsvernieuwing en heeft daarnaast grote voordelen op het vlak van secundaire processen als communicatie, beheer en administratie.
  2. Samenwerken op ICT-gebied loont en levert aantoonbare meerwaarde op: delen van kennis, toepassingen en vooral kosten.
  3. ICT-apparatuur, -software en beheertaken outsourcen biedt medewerkers meer ruimte voor onderwijsinhoudelijke taken.
  4. De prijs van high-speed internet via glasvezel valt in veel gevallen mee en zal de komende tijd verder dalen nu de markt op gang komt.
  5. Via deelname aan vraagbundeling kunnen onderwijsinstellingen scherpe aanbiedingen uit de markt afdwingen.
 Tabel 2.1: Accenten per doelgroep

Tabel 2.1: Accenten per doelgroep